Jaarboek 2013

Promenade in de Pruikentijd

Cees Nootebooms definitie van ‘Geschiedenis’ is even eenvoudig als complex. Hij heeft het over iets ‘wat geschied is’. Nooteboom vraagt zich af hoe onderzoek van het verleden een ‘optelsom’ maakt. Hoe zijn die onmeetbaar kleine deeltjes op te tellen? Altijd is er het risico dat enkel de grof gesneden feiten overblijven, op een brutale wijze vastgehaakt aan verroeste jaartallen op monumenten, als opgeknoopte kunstwerken in musea of personages in grafstenen gebeiteld. Hoe kan het, dat het lot van al die enkelingen ‘inkoken’ tot een zin in het ‘boek der gebeurtenissen’?

Carel Pape

Neem nu het verhaal van de ongelukkige boer Carel Pape uit Lichtervelde. Die vertikt het in 1794 om zijn paarden aan de Franse troepen te gaan tonen. Hoe verweeft de heemkundige het particuliere van Pape met runderpest en revolutie die het hele achttiende-eeuwse Europa gijzelen? Die historische arbeid gebeurt in de onzichtbare doolhof van de tijd en resulteert in een solied schrijfsel dat, om het met Nooteboom te zeggen, echter steeds weer van inhoud verandert.

Dit jaarboek is een reisgids. De gids leidt overwegend naar de achttiende eeuw. Noem het de Pruikentijd, de tijd van de Verlichting, het ancien régime of de tijd van het verlicht despotisme, noem het de eeuw van Bach of van Goethe, het tijdperk van Händel en Mozart, het maakt niet uit. Eén ding is zeker: met wapengekletter begint de achttiende eeuw en met wapengekletter eindigt ze. Gemakshalve start de eeuw in 1713 en loopt ze af in 1815. Na de Vrede van Utrecht in 1713 verkommert de machtige Spaanse heerser. Don Quichotte voorspelde dat het Iberisch schiereiland zou wegkwijnen en dus begint de eeuw in Lichtervelde op zijn Oostenrijks. In die Nederlanden ontdekken boeren dat de aardappel meer voedingswaarde heeft dan graan. Snuif- en rooktabak worden populair, de eerste sprookjesboeken verschijnen -ja, het is de eeuw van de Romantiek- en steenwegen verzekeren vlot verkeer, tot in Lichtervelde. Mensen wonen landelijk en met verschillende generaties onder een dak.

Werregaren

Frans Vanzieleghem gluurt in zo’n verdwenen meerwoonst binnen. Parijs is de enige echte grootstad op het continent. In Lichtervelde geen torenhoge dameskapsels zoals in Versailles, maar wel pruiken bij de betere stand. '…draagt eene perruque’’ is een onderdeel van het signalement dat in de paspoorten van diverse Lichterveldenaars opduikt.
Wie dat lokale landschap uit die jaren wandelend wil waarnemen, laat zich de weg wijzen door Siegfried Aneca. Zijn prachtige kaarten leiden naar een molen, een oude kasteelomwalling, pittoreske hoeves en kortwoonsten tussen velden, meersen en bossen. We passeren een kluizenaar, waterputten en moerassen, een hoppeveld en heidegronden.
Wat de plaatsnaam Werregaren nog betekent, lees je in de Lichterveldse Taalkronkels 'Van abergielje tot zijn zelfs.'

Wurgen, niet kelen

Van dat romantische, sprookjesachtige landschap laat Johan De Smet weinig overeind. In zijn 'Eene droeve plaege onder het hooren-vee' vertelt hij hoe de veepest in West-Vlaanderen huishoudt. De lijfarts van de paus beveelt aan om runderen te wurgen in plaats van ze te kelen. De ziekte jaagt de voedselprijzen de hoogte en menig keuterboertje de dieperik in. Dat 'dergelijke plagen doorgaans worden veroorzaakt door onze zonden' is algemeen geweten.
Het brengt ons bij Petrus M. de Ruescas. Die is pastoor in Lichtervelde. In de laatste decennia van het tijdvak roept Jozef II ’s vernieuwingsdrang –denk aan het edict dat kerkelijk begraven verbiedt– spanningen op. De eeuw zal Frans eindigen als de revolutionairen Lichtervelde ‘'bevrijden'’. Het nieuwe regime is de clerus niet gunstig gezind en de Ruescas slaat op de vlucht. Niettemin zorgt de machtswissel ervoor dat hij (vermoedelijk) in de kerk van Lichtervelde begraven werd. De resten van zijn grafsteen zijn dit jaar opnieuw in het kerkkoor aangebracht. Filip Van Devyvere is er de initiatiefnemer en de chroniqueur van met ‘Brokstukken van een grafsteen.’

Het laatste jaar van Bonaparte

Vooraleer 1815, het laatste jaar van Bonaparte de eeuw beëindigt en de industriële revolutie op het continent toelaat, focust Van Devyvere ook nog op de Franse bezetting van juli 1794 tot september 1795. De slag bij Hooglede is voorbij, de Oostenrijkers zijn verslagen en op de markt staat een vrijheidsboom.
Frans Vanzieleghem neemt ons mee op een zondagse wandeling naar De Conynholmeulen. De molen werd lang voor de achttiende eeuw gebouwd en heeft de eeuw ruim overleefd. Tot zover de blik op de Pruikentijd.

De tijd vooruit draaien

Met Luc Haeghebaert draaien we de tijd weer vooruit, naar de twintigste eeuw met 'Uurwerkmakers en –verkopers' en 'Cabaretgezelschap Vogelsanck omstreeks 1960' in de reeks 'Herkent U ze nog?' De andere reeks, de Heemkundige Kroniek 2012 is van Siegfried Aneca. Frans Vanzieleghem kon natuurlijk niet anders dan de geschiedenis vertellen van een eeuw 'Restaurant 't Damberd 1913-2013' en Myriam Six heeft het over 'Soldaat-brancardier Jozef Coussement.' Het stuk sluit naadloos aan bij de wondermooie 'Anekdotische herinneringen aan 1939-'45' van Modest Maertens, het eerste deel in een reeks van vijf bijdragen over de Tweede Wereldoorlog. Kropen dit jaar voor u in hun pen:

  • Siegfried Aneca, Sterstraat 14, 8820 Torhout
  • Johan De Smet, Burg. Callewaertlaan 94, 8810 Lichtervelde
  • Luc Haeghebaert, Brugse Baan 29, 8810 Lichtervelde
  • Modest Maertens, Blauwvoetstraat 19, 8310 Assebroek
  • Myriam Six, Koolskampstraat, 8810 Lichtervelde
  • Filip Van Devyvere, Burg. Callewaertlaan 20, 8810 Lichtervelde
  • Frans Vanzieleghem, Burg. Callewaertlaan 63, 8810 Lichtervelde
  • Benedict Wydooghe, Kerkplein 5, 8810 Lichtervelde

Filip Van Devyvere verzorgde de eindredactie, An Debaene maakte erg nauwgezet de index op (klik hier om die te raadplegen), Stephan Lefere las na, Pol Vangheluwe nam de lay-out voor zijn rekening en de grafische vormgeving werd gedaan door Drukkerij Coussement. De titel, Promenade in de Pruikentijd ontleende ik aan het onvolprezen en gelijknamige werk van Jan Van Den Broeck (Icarus, Antwerpen, 1995). Ik wens de lezer veel leesplezier toe en wie weet, zelfs een historische sensatie.